HOORNVLIESTRANSPLANTATIE OF PENETRERENDE KERATOPLASTIE (PKP)

.1  WAT IS EEN HOORNVLIESTRANSPLANTATIE ?

Een hoornvliestransplantatie of keratoplastie is de transplantatie van hoornvliesweefsel van een donor naar een ontvanger.   Dit is meestal nodig wanneer de optische kenmerken van het hoornvlies van de ontvanger verslechteren zodat de vorming van een helder beeld op de achterkant van het oog onmogelijk wordt.   Transplantatie is eveneens nodig als het hoornvlies beschadigd is door een ziekte of een ongeval.   Een hoornvliestransplantatie laat toe om het meeste van het aangetaste hoornvlies chirurgisch te verwijderen en de vervangen door een gezond, precies gevormd replica van het hoornvlies van de donor en laat toe om zo het nuttige zicht van het aangetaste oog te herstellen.   De enige bron voor donorhoornvlies is van een overleden menselijke donor.

 

 

 

Recente hoornvliestransplantatie. De hechtingen zijn niet verwijderd.

 

2.     AANWIJZINGEN TOT TRANSPLANTATIE.

Er zijn vele voorwaarden waaraan moeten voldoen worden vooraleer een hoornvliestransplantatie kan overwogen worden.   De 2 meest voorkomende redenen zijn:

-                 pseudophakic bullous keratopathy , dit is een generische term voor hoornvlies oedeem waarbij het epithelium opgetild wordt in blaren.   Dit resulteert in het verlies van helderheid en vertroebeling op het hoornvlies die het gevolg zijn van een graduaire stoornis van de endotheelcellen die verantwoordelijk zijn voor het helder en gezond houden van het hoornvlies.   Dit kan voortkomen van verschillende redenen inclusief erfelijke gevoeligheid, voorafgaande oogchirurgie of eenvoudigweg het ouder worden.

-                 Of door het verlies van effen afgeronde vorm van het hoornvlies, dwz dat licht niet regelmatig kan gefocused worden in het oog zoals bij keratoconus.

Overige problemen die een transplantatie kunnen vereisen zijn het slecht functioneren van de binnenste laag van het hoornvlies (Fuch’s dystophie), erfelijke of congenitale hoornvliesvertroebeling.

Verwondingen aan het hoornvlies kunnen voorkomen ten gevolge van chemische brandwonden, mechanische verwondingen, infecties door virussen, bacteria, schimmels of protozoa.   Het herpes virus is een van de meest voorkomende infecties die leiden tot hoornvliestransplantatie.

Chirurgie wordt enkel aangewend indien de schade aan het hoornvlies te ernstig is om te behandelen met corrigerende lenzen.

3.     SUCCES VAN EEN HOORNVLIESTRANSPLANTATIE.

Hoornvliestransplantatie (keratoplastie) is het meest succesvol van alle weefsel- of orgaantransplantaties.   Echter, factoren zoals glaucoom, netvliesdegeneratie of optische zenuwziekten kunnen het uiteindelijke visuele resultaat beïnvloeden, zelfs wanneer de chirurgie succesvol is.   De graad van succes van hoornvliestransplantatie hangt af van de oorzaak van de vertroebeling van het hoornvlies.   Bijvoorbeeld, hoornvliestransplantatie voor degeneratie of zwelling en deze voor keratoconus hebben beiden een hoge graad van succes (meer dan 90%) terwijl hoornvliestransplantaties voor chemische brandwonden een lagere graad van succes hebben (ongeveer 65%).

4.     PROCEDURE VOOR HOORNVLIESTRANSPLANTATIE.

Een volledig preoperatief vooronderzoek is vereist voorafgaand op de chirurgie.

De procedure duurt meestal ongeveer 1 uur en de meerderheid van de volwassen patiënten kunnen geopereerd worden onder lokale anesthesie.    Algemene anesthesie zal meestal nodig zijn bij kinderen, angstige of   “uncooperatieve” patiënten.   Nadat de anesthesie is toegediend, zaagt de chirurg meestal een ring op het oculaire oppervlak om het oog te ondersteunen.   Het heldere centrale deel van het hoornvlies van de donor wordt voorbereid met behulp van een stempel of hoornvlies trephine om de “opening” in het hoornvlies te maken.   Het getransplanteerde komt in de opening.   Het aangetaste of beschadigde hoornvlies is dan verwijderd met behulp van het hoornvlies trephine en maakt een “bed” voor het donorhoornvlies.   In een vorm van hoornvliestransplantatie (penatraling eratoplastie) bestaat het verwijderde schijfje uit de gehele dikte van het hoornvlies evenals dhet donorhoornvlies.   In lamellaire keratoplatie wordt enkel het buitenste laagje van het hoornvlies verwijderd en vervangen.   Uiteindelijk wordt het donorhoornvlies op zijn plaats gehecht met ultra dunne hechtingen (ongeveer 1/3 de dikte van een menselijk haar of minder).

Hoornvliestransplantaties kunnen gecombineerd worden met andere procedures, meestal cataract met intraoculaire lens implant.

Postoperatieve oogdruppels zullen voorgeschreven worden aan de patiënt en dienen gedurende verschillende weken na de chirurgie gebruikt te worden.   Deze druppels omvatten antibiotica om infecties te voorkomen evenals corticosteroids om ontstekingen te verminderen en te voorkomen dat de hechtingen afgestoten worden.   Binnen enkele dagen volgend op de hoornvliestransplantatie is de patiënt bekwaam om terug lichte activiteiten aan te vatten met beperkingen.   Patiënten mogen geleidelijk herstel van het zicht verwachten.   Het herstellingsproces kan variëren van de ene persoon tot de andere.   Het beste zichtsvermogen kan niet bekomen worden van 6 tot 12 maanden of meer volgend op de chirurgie, zelfs als het zicht reeds verbeterd is van de eerste dag na de ingreep in sommige gevallen.   De chirurg zal waarschijnlijk beginnen met enkele van de hechtingen te verwijderen van het hoornvlies binnen een paar weken tot binnen een paar maanden na de chirurgie.   Alle hechtingen dienen echter niet verwijderd te worden om astigmatisme te verminderen zodra het hoornvlies aantoont dat het stevig op zijn plaats vastgehecht is.   Tijdens de postoperatieve periode volgt de chirurg de genezing van het hoornvlies d.m.v. een speciale computerkaart, de zogenaamde hoornvliestopografie.   Dit laat toe dat de arts de vorm van het hoornvlies evalueert.

Afstoting van de hechtingen gebeurt in 5-30% van de patiënten, een mogelijk complicatie zoals bij elke procedure m.b.t. weefseltransplantatie van een andere persoon.   Daar het hoornvlies normaal gezien geen bloedvaten bevat, bestaat er een lage vorm van afstoting.   Over het algemeen is bloed- of weefselgroep niet nodig bij hoornvliestransplantaties en er is eveneens geen dichte overeenkomst nodig tussen de donor en de ontvanger.   Symptomen van afstoting kunnen zijn: aanhoudend ongemak, gevoeligheid aan licht, roodheid of verandering van het zicht.

Hoorvliesweefsel voor transplantatie komt van een Oogbank.   De gezondheid van het donormateriaal is zorgvuldig onderzocht vooraleer het gebruikt wordt voor een hoorvliestransplantatie.

Brussels Eye Doctors is ISO 9001:2008 gecertificeerd sinds juni 2006.

Deze certificering garandeert u :
Patientgerichtheid
Professionalisme
Kwaliteitsmanagement