VENEUSE THROMBOSE
Algemeen
Deze aandoening van het netvlies treft vooral personen ouder als 60 jaar en is de meest frequente aandoening van het netvlies, na diabetische retinopathie.
Meestal zijn er voorbeschikkende aandoeningen, zoals hart-en vaatziekten, hoge bloeddruk, diabetes, hoge cholesterol, en andere afwijkende bloedwaarden.
De thrombose kan gelokaliseerd blijven ter hoogte van een sector van het netvlies, we spreken dan van een veneuse takthrombose. Indien de thrombose het volledige netvlies treft, dan is er sprake van een centrale veneuse thrombose of occlusie.
Diagnose
Er treedt een al dan niet ernstige achteruitgang van de gezichtsscherpte op.
Een onderzoek van de oogfundus toont bloedingen van het netvlies, een kronkelig verloop van de bloedvaten en een zwelling van de oogzenuw.
In geval van centraal veneuse occlusie, bestaan er twee soorten, namelijk de niet-ischemische en de ischemische vorm. Deze ischemische vorm is duidelijk ernstiger.
We maken het onderscheid tussen beide vormen aan de hand van de gezichtsscherpte, de oogfundus en vooral de fluoresceïne-angiografie.
Prognose
Ongeveer de helft van de veneuse thromboses hebben een volledige recuperatie van de gezichtsscherpte.
Helaas is dit niet het geval voor een ischemische thrombose: er is niet alleen een slechte recuperatie van de gezichtsscherpte, er kunnen ook andere complicaties optreden, zoals neovascularisatie. Dit betekent dat er nieuwe bloedvaatjes gevormd worden, ter hoogte van het netvlies waar ze bloedingen kunnen veroorzaken, en ter hoogte van het regenboogvlies waar ze het trabeculum (= filter van voorkamervocht) kunnen verstoppen en zo een drukstijging of glaucoom veroorzaken.
Behandeling
Er moeten een aantal preventieve maatregelen genomen worden om het andere oog te beschermen, met name de behandeling van mogelijke oorzaken. Meestal wordt ook met bloedverdunnende medicatie gestart.
Een ischemische veneuse thrombose wordt behandeld met panretinale lasercoagulatie om te vermijden dat complicaties optreden zoals rubeosis iridis (= bloedvaatjes ter hoogte van het regenboogvlies) en neovasculair glaucoom.
CHORIORETINITIS CENTRALIS
Algemeen
Chorioretinitis serosa centralis treft vooral jonge volwassenen, hoofdzakelijk mannen. Deze aandoening lijkt meer frequent voor te komen bij personen die zeer actief zijn. De inname van cortisone heeft een slechte invloed op de evolutie ervan. De precieze oorzaak is niet goed gekend.
Diagnose
De patient ondervindt een achteruitgang van de gezichtsscherpte samen met metamorfopsie (= vervormde beelden).
Een onderzoek van de oogfundus toont een blaasvormige zwelling ter hoogte van de macula. Door middel van fluoresceïne-angiografie kunnen we heel precies het lekpunt aantonen dat deze zwelling veroorzaakt.
Prognose
Meestal zien we een spontane verlittekenig ter hoogte van het lekpunt na een 2-tal maanden met een goed herstel van de gezichtsscherpte. In een aantal gevallen echter onstaat er een chronische vorm, dit kan ernstige achteruitgang van het zicht veroorzaken.
Behandeling
Preventieve maatregelen of medicatie hebben geen bewezen nut.
In de meeste gevallen wordt de spontane evolutie afgewacht, een behandeling van het lekpunt met lasercoagulatie kan de herstelfase soms versnellen.
MACULAIRE GAATJES
Algemeen
Maculaire gaatjes komen vooral voor bij een oudere populatie en frequenter bij vrouwen. Ze worden veroorzaakt door een soort tractie vanuit het glasvocht op de macula. Op die manier ontstaat er een centraal puntvormig gaatje in het netvlies waardoor er op die plaats geen fotoreceptoren meer bestaan.
Diagnose
In het beginstadium is er een milde achteruitgang van de gezichtsscherpte samen met metamorfopsie (= vervormde beelden). In een gevorderd stadium is er een belangrijk gezichtsverlies.
Een onderzoek van de oogfundus toont een klein rond of ovaal gaatje in het netvlies met errond een oedeemkraagje. Op de bodem van het gaatje zien we soms kleine neerslagen van wit materiaal.
Deze aandoening kan gedocumenteerd worden aan de hand van angiografie, maar nog beter aan de hand van OCT (= Optical Coherence Tomography).
Prognose
In een vroeg stadium bestaat de kans dat een gaatje spontaan sluit, dit is niet meer het geval wanneer het een groter gaatje betreft. Het risico op een bilateraal voorkomen van de aandoening bedraagt ongeveer 10%.
Behandeling
De behandeling bestaat uit een posterieure pars plana vitrectomie waarbij het glasvocht dat een tractie uitoefent op de macula chirurgisch verwijderd wordt. Op het einde van dergelijke ingreep wordt het oog gevuld met een olie tamponnade waardoor het gesloten gaatje dicht gehouden wordt tijdens het genezingsproces.
MYOPE MACULOPATHIE
Algemeen
We spreken van myope maculopathie wanneer er degeneratieve afwijkingen van het centrale netvlies zijn bij een sterk bijziende patiënt. Dit is het gevolg van een progressive toename van de oogaslengte en verdunnen van het netvlies.
Diagnose
Een onderzoek van de oogfundus toont rond de oogzenuw een boord van atrofisch of verdund netvlies. Er kunnen over de volledige achterpool atrofische letsels voorkomen. Bij een aantal patiënten zien we ook breuklijnen ter hoogte van het membraan van Bruch dat onder het netvlies ligt. De aanwezigheid van choroidale (= onder het netvlies) nieuwe vaatvorming brengt een daling van de gezichtsscherpte en metamorfopsie met zich mee.
Fluoresceïne-angiografie laat ons toe de breuklijnen en de eventuele nieuwvaatvorming nog duidelijker te zien. In geval de nieuwvaatvorming gemaskeerd wordt door een bloeding, hebben we indocyaangroen angiografie nodig om deze aan te kunnen tonen.
Prognose
De gezichtsverlies is ernstig en snel progressief in geval van een nieuwvaatvorming die onder het centrum van het netvlies gelegen is.
Behandeling
De behandeling van choroidale nieuwvaatvorming, gelegen naast het centrum van het netvlies, berust op lasercoagulatie. Indien de nieuwvaatvorming onder het centrum gelegen is, dan kunnen we fotodynamische therapie uitvoeren.
Brussels Eye Doctors is ISO 9001:2008 gecertificeerd sinds juni 2006.
Deze certificering garandeert u :
Patientgerichtheid
Professionalisme
Kwaliteitsmanagement